Nee geen strand dat is in de zomer
Maar.. Ja, die andere dagen he, je kan met een donkere wolk lopen die lichter wordt gemaakt met een stofje… dat kan, zeker. En bij dringende nood – zelfmoordgedachten, acute crisis – dan moet het ook wel, absoluut. Maar daarna? Zit er dan een oplossing in jezelf, of alleen in dat pilletje? Zit er iets dat gehoord wil worden, dat je moet voelen, dat aandacht nodig heeft? Want het pilletje haalt de wolk weg, maar wie ben jij achter die wolk?
Want op die dagen voel je je soms verdrietig, boos, teleurgesteld, angstig, onrustig… en je weet dat er een systeem is, een patroon waarin alles “afgehandeld” wordt: dokter, doorverwijzing, pilletje, afspraak, route. En ja, dat kan helpen, maar het is ook zo dat je ergens hoopt te kunnen klagen. Gewoon een moment hebben om te zeggen: “Dit is zwaar voor mij.” Niet meteen oplossingen, niet meteen advies… gewoon gehoord worden. Want achter het klagen zit altijd iets diepers, iets van de persoon die nog in jou aanwezig is, die door de bomen het bos niet meer ziet. En dat het niet alleen klagen is en ook dat het even helpt.. maar
Je weet ergens wel dat je hulp nodig hebt. Dat gevoel is er al (een tijdje).
Maar wat is hulp eigenlijk… is dat alleen een pilletje?
Of is het praten, terug naar vroeger, met je handen in de modder roeren, tanden op elkaar of een ander zegt: “laat dat toch rusten”?
En toch… ergens in die modder .. Je ziet pijn. Misschien letterlijk … misschien ligt daar de oplossing.
Maar ja, pijn voelen… sterk blijven… dat vraagt wat daar is ons systeem niet blij mee, we willen geen pijn.
En weer een gedachte, en dan komt die andere gedachte.
Wat als het niet óf-óf is?
Wat als het niet alleen gesprekken zijn, niet alleen doorzetten, niet alleen voelen tot je erbij neervalt… maar ook iets heel basaals? Iets lichamelijks. Vragen, allemaal gedachtes..
En dan ben je (soms) zo leeg dat je lichaam simpelweg geen zon meer ziet. En je brein er niet is.
Letterlijk.
Vitamine D, ze noemen het een vitamine, maar eigenlijk is het een hormoon. Ons zonnetje.
En het is een beetje controversieel… want “alles is toch goed?” zeggen de normen.
Terwijl jij onderaan de streep zit.
Letterlijk én figuurlijk.
Je D-status dweilt onderaan, maar volgens het systeem is het nog wel “oké”.
En dan zit jij daar. Moe. Anxious. Donker.
En je vraagt je af: ligt het aan mij? Moet ik harder praten? Dieper graven? Meer voelen?
Of is er iets wat eerst aangevuld mag worden, zodat je überhaupt weer iets kúnt voelen zonder kopje‑onder te gaan?
Misschien is hulp niet één ding.
Misschien is het niet alleen een pilletje en ook niet alleen modder.
Misschien zit het ergens ertussen.
En misschien begint het met serieus nemen wat jij voelt — in je hoofd én in je lijf.
Achter de onrust zit geen zwakte.
Achter de klacht zit geen gezeur.
Daar zit iemand die probeert overeind te blijven in een systeem dat zegt: “het is nog binnen de norm.”
Maar jij voelt: dit klopt niet en dat klopt , je hebt gelijk er is meer nodig.

